Beschrijving
Samurai-pantser (Gusoku) met Halvemaan-Maedate en Tokugawa Mon – Edo-periode
Een indrukwekkend en compleet Japans samurai-pantser (gusoku) uit de Edo-periode (1603–1868), herkenbaar aan de elegante halvemaanvormige maedate, rijke indigo vetering en herhaald toegepaste Tokugawa mitsuba-aoi mon. De diepe lak, vergulde ornamenten en uitgebalanceerde constructie combineren een krachtige krijgshaftige uitstraling met het verfijnde ceremoniële karakter van hoogwaardige Edo-pantsers.
De totale verschijning is bijzonder indrukwekkend: warmbruine lak, diepblauwe vetering, gouden bloemdetails en de prominente halvemaan vormen samen een pantser met een uitgesproken visuele identiteit. Het pantser wordt geleverd met de bijbehorende opbergkist (yoroi-bitsu).
De helm
De kabuto is opgebouwd als een geribde suji-bachi uit vele geklonken platen en afgewerkt met diepe roodbruine lak. Bovenaan bevindt zich een fijn opengewerkt tehen kanamono, terwijl boven het voorhoofd een grote halvemaanvormige maedate (mikazuki) van gepolijst metaal oprijst.
Het oppervlak heeft een warme patina ontwikkeld in brons- en goudtinten. De fukigaeshi zijn afgewerkt met gespikkelde goudlak en dragen vergulde Tokugawa mitsuba-aoi, het karakteristieke drievoudige stokrooswapen van het Tokugawa-huis.
Daarachter valt de uitlopende shikoro neer in rijen donkerindigo vetering, met onderaan een band van oranje en witte kruisknopen (hishinui).
Het masker
De menpō is afgewerkt in glanzend bruine lak en gemodelleerd met een krachtige neus, een fel geopende mond en een dikke snor van paardenhaar.
Het gewatteerde stoffen kinkoord is op traditionele wijze bij de keel geknoopt en versterkt de uitgesproken krijgshaftige uitstraling van het masker.
Het borstpantser
De dō vormt het visuele hart van het pantser. De horizontale platen hebben langs de bovenrand een geschulpt profiel dat afzonderlijke schubben imiteert (kiritsuke kozane) en zijn vervolgens afgewerkt met diep bruinzwarte lak met bijna spiegelende glans.
Elke plaat draagt een rij vergulde kersenbloesems (sakura), waarvan de bloemblaadjes fijn zijn uitgewerkt. Hierdoor lijken zowel de voor- als achterzijde van het borstpantser met gouden bloemen bezaaid.
De bovenste platen zijn voorzien van vergulde randen (fukurin), terwijl de lagere rijen strak met donkerindigo koord zijn verbonden.
Aan de achterzijde houden een gattari en uketsubo de paal van de sashimono: een hoge vergulde spiraal van gesneden hout die ver boven de helm uitsteekt en de drager op het slagveld van grote afstand herkenbaar zou hebben gemaakt.
Schouders en pantserschort
De grote sode en kusazuri zijn geregen in donkerindigo kebiki odoshi, afgewisseld met rijen goudgelakte schubben.
Hierdoor ontstaat een krachtig visueel ritme van blauw en goud. De onderste randen van de kusazuri zijn afgewerkt met berenbont, dat extra textuur en rijkdom aan het geheel toevoegt.
Armen, dijen en benen
De kote combineren fijne maliën (kusari) met gelakte spalken en kalebasvormige platen, gemonteerd op lichtgroen zijden brokaat met een geweven bloemmotief. De binnenzijde van de armen is geregen met goudkleurig koord.
De tekkō zijn in reliëf versierd met pruimenbloesems (ume) en dragen elk een vergulde Tokugawa mitsuba-aoi. De drie hartvormige bladeren met fijn uitgewerkte nerven en randen behoren tot de meest opvallende details van het geheel.
Tijdens de Edo-periode was dit wapen nauw verbonden met het regerende Tokugawa-huis en zijn belangrijkste zijtakken. De aanwezigheid ervan op de helm en handbeschermers geeft het pantser een duidelijke prestigieuze uitstraling, maar vormt op zichzelf geen bewijs van rechtstreeks Tokugawa-bezit.
De haidate bestaan uit maliën met kleine gelakte platen. De shino-suneate zijn gemaakt van gelakte spalken die met geknoopte koorden zijn verbonden, aan de binnenzijde van de kuit gevoerd met verguld leer en vastgebonden met blauwe katoenen koorden.
Daarboven bevinden zich gewatteerde kniebeschermers van indigokleurige stof, doorgestikt in een zeshoekig schildpadpatroon (kikkō) met oranje centra en gouden bies.
Conditie
Het pantser verkeert in uitstekende conditie voor zijn leeftijd. De lak behoudt een diepe en gelijkmatige glans, de vetering een rijke indigokleur en de stoffen en brokaten tonen nog duidelijk hun oorspronkelijke kleur en patroon.
Er is lichte, natuurlijke slijtage zichtbaar aan de vetering van de helm, de randen van de onderste platen en de stof van de kniebeschermers, volledig passend bij de leeftijd en het gebruik van het pantser.
Deze sporen versterken het karakter van een authentiek functioneel pantser en doen geen afbreuk aan de visuele impact of historische aantrekkingskracht.
Belangrijkste kenmerken
- Type: Samurai-pantser (gusoku)
- Herkomst: Japan
- Periode: Edo-periode (1603–1868)
- Helm: Geribde suji-bachi kabuto uit vele geklonken platen
- Maedate: Grote halvemaan (mikazuki)
- Mon: Tokugawa mitsuba-aoi
- Menpō: Bruine lak met snor van paardenhaar
- Dō: Kiritsuke kozane met vergulde sakura-decoratie
- Sashimono-bevestiging: Gattari en uketsubo met hoge vergulde spiraalstandaard
- Vetering: Donkerindigo
- Sode en kusazuri: Blauw-gouden uitstraling
- Kote: Maliën, gelakte spalken en floraal brokaat
- Haidate: Maliën met kleine gelakte platen
- Suneate: Gelakte spalken met vergulde leren voering
- Conditie: Uitstekend voor de leeftijd, met geringe ouderdoms- en gebruikssporen
- Accessoire: Yoroi-bitsu opbergkist inbegrepen
Een indrukwekkend samurai-pantser uit de Edo-periode met een grote halvemaanvormige maedate, Tokugawa mitsuba-aoi mon, bruin gelakte menpō en een kiritsuke kozane dō bezaaid met vergulde kersenbloesems. Het samenspel van diepe lak, indigoblauwe vetering, gouden ornamenten en historische textiele elementen geeft het geheel een uitzonderlijke uitstraling. Compleet met sashimono en yoroi-bitsu is dit een bijzonder overtuigend voorbeeld van hoe Japanse pantserkunst bescherming, visuele identiteit, symboliek en decoratieve verfijning verenigde.





































